|
Roadbook Details
-Het Roadbook lees je van links naar rechts en van boven naar onder.
-Bij off-roads gebruikt men meestal roadbooks op A5 formaat. Bij A5 formaat zal het Roadbook ingetekend zijn op een A4 of A3 vel en dient dit dus doorgeknipt en aan elkaar geplakt te worden zodat er een rol ontstaat. Dit is een mooie gelegenheid om het Roadbook door te “lezen”. Een goed begin is het halve werk. Gevaarlijke of moeilijke punten worden nog eens extra gearceerd.
-Elke situatie is genummerd en vermeld het aantal meters van de lengte van het pad of weg. Een teller die meters telt is wel gewenst. Meestal staat ook de bemetering “tot en met” aangegeven
-Dat kan makkelijk zijn wanneer een IMO of ICO meter is gemonteerd. Of gewoon om te zien hoe het met de benzinevoorraad gesteld is.
-De dikke lijnen zijn de verharde wegen, de dunne lijnen de onverharde wegen. De stippellijntjes zijn de single tracks.
-Je vertrekt altijd bij het bolletje, welke altijd onderaan staat. Dus of je nu uit het noorden, westen enz. komt, het bolletje staat altijd onderaan. De meters geven de afstand van het bolletje tot de richtingverandering aan. De richtingverandering is waar het pijltje naartoe wijst. Dit kan ook wel eens rechtdoor zijn. Bijvoorbeeld in geval van een kruising van wegen.
-Het pijltje wijst dan rechtuit terwijl het toch een zogenoemde richtingverandering is. Op het moment dat je volgens de situatie van richting veranderd bent, ga je direct naar het bolletje van de volgende situatie. Van hieruit begint de bemetering dan weer opnieuw.
-Het beste kun je als volgt te werk gaan. Als eerste neem je de situatie in je op. Je kijkt of het een harde of een onverharde weg betreft. Dan kijk je naar de aanwijzingen die ingetekend of geschreven zijn. Bijvoorbeeld of het pad overgaat in verharde weg, of dat je langs een opvallende schuur komt. In het Roadbook zijn bochten alleen ingetekend als er een belang is, of als er een gevaar in schuilt. Vervolgens kijk je hoeveel meter het naar de volgende richtingverandering is. In zeker 75% van de situaties zul je de teller niet op nul hoeven te zetten, omdat de situatie duidelijk genoeg is. Als de situatie meer dan 1000 meter is, dan is het raadzaam om de teller op nul te zetten. Blijf echter ten alle tijde rijden. Als je na iedere richtingverandering moet stoppen om opnieuw te navigeren dan zul je niet rond komen of uit rijden. Vooral in ons vlakke land kun je veelal zonder teller rijden, omdat je richtingveranderingen in de verte dikwijls al kunt zien. In de bergen is dit lastiger.
-Zijpaden en zijwegen zijn niet altijd ingetekend, tenzij het een situatie betreft die verwarring kan oproepen. Bijvoorbeeld: Je moet na 300 meter rechtsaf een pad in. Na 200 meter is er ook een pad naar rechts. In dit geval zal voor de duidelijkheid het pad dat na 200 meter komt, ingetekend zijn.
-Tankmogelijkheden zullen zoveel mogelijk in het Roadbook aangegeven worden.
Terug naar boven |